Foto: KaanKoffie
Koffie groeit niet zomaar ergens. De plek waar de plant staat, en dan vooral hoe hoog, heeft grote invloed op de smaak in je kopje. Hoe zit dat precies, en waarom kiezen wij voor bonen van bepaalde hoogtes? We leggen het je graag uit.
Koffieplanten gedijen in de tropen het best op een hoogte tussen de 600 en 2.200 meter boven zeeniveau. De precieze ideale hoogte hangt sterk af van de koffiesoort. Wat daarbij vooral telt, is dat hoogte de temperatuur en de groeisnelheid van de koffiebes bepaalt. En dat is precies waar de kenmerkende smaak van koffie vandaan komt.
Arabica (Coffea arabica) voelt zich het prettigst tussen de 1.000 en 2.200 meter hoogte, in een koeler klimaat van 15 tot 24 graden. Op die hoogte rijpen de bessen langzaam, en juist die rust geeft de boon de tijd om een complexere, fijnere smaak te ontwikkelen, met meer aroma's en levendige zuren.
Robusta (Coffea canephora) groeit juist op lagere hoogtes, van zeeniveau tot 800 meter, in een warmer en vochtiger klimaat tussen de 22 en 30 graden. Deze plant is veel weerbaarder, en doordat de bessen sneller rijpen, krijg je een vlakkere, wat bitterdere smaak met aanzienlijk meer cafeïne.
In de tropen zorgt stijgende hoogte voor een bijzonder microklimaat: warme dagen, gevolgd door koele nachten. Die combinatie vertraagt het rijpingsproces van de koffiebes. En hoe langer dat proces duurt, hoe meer tijd de suikers in de bes krijgen om zich te ontwikkelen. Het resultaat: een koffieboon met meer diepte en karakter.
Dit is precies waarom wij bij het samenstellen van onze melanges en single origins altijd kijken naar de herkomst van een boon, inclusief de hoogte waarop hij is geteeld. Het is een klein detail met een groot effect op wat er uiteindelijk in je kopje zit.
Please complete your information below to login.
Inloggen